Land-/regio- en taalkeuze

Ponsen van plaatstaal

In de plaatbewerking is ponsen een scheidingsproces, waarbij een plaat met één slag wordt gescheiden. Door enkele, elkaar zeer snel opvolgende slagen maakt de machine bijvoorbeeld ronde gaten in een plaat. Ook buitencontouren kunnen met ponsmachines worden bewerkt.

Ponsproces

Geponste vormen zijn geometrisch perfect: zo is een geponst gat volkomen rond. Een ponsmachine werkt daarbij zoals een papierperforator. De stempel drukt het papier tegen de steun van het gat en uiteindelijk in een ronde opening. Zo snijdt hij een cirkelvormig gat uit. In een opvangbak onder het gat worden de geponste restanten verzameld. Het ponsen van metaal werkt precies hetzelfde: het plaatstaal bevindt zich tussen de stempel en de matrijs. De stempel beweegt naar beneden en duikt in de matrijs. De randen van de stempel en de matrijs bewegen parallel naar elkaar toe en maken zo het plaatdeel los. Daarom rekenen we ponsen onder de procesgroep 'schuiven'.

Ponsproces in vier fasen

In vier stappen naar perfect geponst metaal Ponsen verloopt exact in vier fasen. Als de stempel het plaatstaal aanraakt, vervormt hij dit eerst. Dan wordt het gesneden. Uiteindelijk is de spanning in het metaal zo groot, dat de plaat langs de snijcontour afbreekt. Het geponste plaatdeel - de zogenaamde ponsafvaldop - wordt naar beneden uitgestoten. Als de stempel weer naar boven beweegt, kan het voorkomen dat hij de plaat met zich meetrekt. In dit geval verwijdert de afstroper de metalen plaat van de stempel. Hoe meer van het ponsgat is gesneden, hoe beter de randkwaliteit is. Bij passingen wordt bijvoorbeeld eerst een vooropening gemaakt, die daarna met een groter cirkelvormig gereedschap op de definitieve diameter wordt nageponst. Het snijaandeel van zulke randen bedraagt in die gevallen 100%.

Deze onderwerpen vindt u misschien ook interessant

Service & contact